De contextuele therapie is ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Boszormeny-Nagy.
De term context geeft de verbondenheid aan die ieder mens heeft met belangrijke relaties over verschillende generaties in het verleden én in de toekomst. Contextuele hulpverlening houdt rekening met die verbondenheid.
Andere therapievormen werken vooral met de dimensies van de feiten, de psychologie en de interacties. De contextuele therapie kent die dimensies ook, maar voegt daar een extra dimensie aan toe: die van de relationele ethiek. Hier vallen begrippen als loyaliteit, vertrouwen en betrouwbaarheid onder. Bij deze dimensie wordt sterk rekening gehouden met de invloeden van vorige generaties en de wijze waarop mensen met die invloeden omgaan.
Iedere ouder is tenslotte ook ooit een kind geweest.
Een ouder die als kind nooit passende aandacht heeft ervaren, zal moeite hebben
om zijn kinderen passende aandacht te geven. Loyaliteit tussen ouder en kind
is binnen de contextuele therapie een kernbegrip.